Het meerstemmig zelf in de computermaatschappij

 

In The Saturated self (1991) van Kenneth Gergen wordt de mogelijkheid van het tegelijkertijd onderhouden van contacten met een toenemend aantal personen, groepen en verbanden besproken. Hubert Hermans gaat in zijn boek Dialoog en misverstand (Soest 2006) daar verder op in, ik citeer:

“De moderne mens bevindt zich in een steeds fluctuerende veelheid van incoherente en onsamenhangende relaties die hem in ontelbare richtingen ‘uiteen trekken’. als gevolg van deze flux van relaties wordt het rolrepertoire aanzienlijk uitgebreid. Het aantal rollen en de variatie ervan nemen zodanig toe dat het zelf een punt bereikt van ‘sociale verzadiging’. In overeenstemming met de poststructuralisten trekt Gergen de eenheid van het zelf in twijfel. Door de sterk centraliserende krachten die op het zelf inwerken, verliest het zijn eenheid en coherentie. Daarbij verwijst de auteur naar de bekende uitspraak van de dichter William B. Yates: ‘ The Center does not hold.’ Doordat het zelf in uiteenlopende richtingen uiteen getrokken wordt, wordt het centrum of de kern ervan opgelost. Dit resulteert in een toestand die Gergen beschrijft als multiphrenia, een proces van ‘splitting of self into a multiplicity of self-investments’ en als een proces van toenemende fragmentatie. Hij voegt er overigens aan toe dat men dit niet moet zien als een ‘ziekte’ maar als een historisch bepaald verschijnsel. Tevens benadrukt hij dat de fragmentering van het zelf niet noodzakelijk negatief ervaren wordt. Het kan ook een avontuur betekenen en zelfs een spel.” (pag. 24)

Voor Hermans is de postmoderne mens een andere dan de moderne en de premoderne. In de premoderne tijd wordt de mens en het zelf gezien als deel van een groter geheel en gaat hij hierin op. In de moderne tijd wint hij aan autonomie en wordt de individualiteit benadrukt. In de postmoderne tijd wordt het idee losgelaten te mens te zien als een geheel, of te beschrijven ‘uit één stuk’. Hermans hierover: “In plaats daarvan rijst het beeld van een pastice personality, een sociale kameleon die voortdurend stukjes identiteit aan elkaar legt en dat doet op een grillige en ongeordende wijze. Dit persoonlijkheidstype is het best te typeren in de woorden ontleend aan de Arabische poëet Sami Ma’ari: ‘Identities are highly complex, tension filled,, contradictionary, and inconsistent entities. Only the one who claims to have a simple, definite, and clear-cut identity has an identity problem.’ (pag. 25) Het zelf in deze postmoderne samenleving is dan ook volgens Hermans een typische netwerker, iemand met veel contacten, bepaald ook door deze netwerken van sociale relaties. Decentralisatie is een toverwoord om de positie van het postmoderne zelf te beschrijven, overal en nergens zijn, overal tegelijk en overal maar half of virtueel.

 

Hermans beschrijft vier opvattingen van het zelf, waarbij hij het premoderne zelf beschrijft als cyclisch, een terugkerende cyclus in de tijd en in de beleving van de mens (feesten, jaargetijden, religie), het moderne zelf als lineair, waarbij rationele doelen worden gesteld, een toename van het calculeren, het zelf doen en de rationalisering, het postmoderne zelf als centrifugaal, een beweging weg van het middelpunt van het zelf als identiteit en als vaststaande grootheid, en tenslotte het dialogale zelf als een combinatie van centrifugaal en centripetaal omdat dit zelf in staat is om een balans te bewaren tussen beide krachten. Het zelf heen en weer gerukt tussen de wereld en datgene wat het zelf is en nodig heeft, het zelf naar buiten en naar binnen gericht, krijgt in deze laatste omschrijving van dialogaliteit pas echt een fundament dat het verdient. Daarmee is een basis gelegd voor de dialoog in het zelf en de dialoog als kenmerk van het zelf in relatie met de wereld en met zichzelf. Het zelf is dus in gesprek, heeft meerdere stemmen en kan op meer wijzen van zich doen horen. Het zelf is dus een meerstemmig zelf. Hermans zegt hier verder over: “Er bestaat geen messcherpe grens tussen zelf en niet-zelf. Er is eerder sprake van een vloeiende overgang. Het zelf is geëxtensiviseerd naar de omgeving: belangrijke personen en objecten zijn in hun subjectieve betekenis deel van het zelf. Het komt voor dat het zelf zich van zichzelf distantieert of zelfs als een ‘vreemde’ ervaren wordt. Omgekeerd komt het voor dat belangrijke anderen als meer ik-nabij ervaren worden dan het zelf ten opzichte van zichzelf. Deze observaties stellen een scherp onderscheid tussen zelf en niet-zelf ter discussie.” (pag. 105)

 

Hermans neemt daarmee ook stelling tegen psychologische opvattingen die het zelf voorstellen als een autonome en individuele eenheid die scherp onderscheiden kan worden van andere zelven en niet-zelven. Ook neemt hij daarmee stelling tegen de idee dat het zelf de baas is in eigen keuken alsof andere zelven er niet toe doen en alsof alles onder controle gehouden kan worden. Het zelf wordt door Hermans breed ervaren als mogelijkheid om te communiceren met zichzelf en van daaruit ook met anderen die deel uit kunnen maken van het zelf als belangrijke ander of als opponent. In hoeverre snijdt deze theorie van het dialogale zelf nu hout? Is het empirisch aantoonbaar dat het zelf, als het zelf al aantoonbaar is, meervoudig en meerstemmig spreekt en van zichzelf getuigt? Ik laat het antwoord op deze vraag achterwege want ik weet het niet. Ik ga voor het gemak maar even uit van het bestaan van het zelf in welke vorm dan ook. Hartmut Rosa stelt in zijn boek ‘Beschleunigung. Die Veränderung der Zeitstrukturen in der Moderne’ (Frankfurt am Main 2005) dat tijdwaarnemingen en de horizon waartegen men de tijd ervaart in een samenleving in hoge mate cultuurbepaald zijn. Tijd is dus geen eenduidig begrip en de ervaring van tijd is dat evenmin. Hoe zit het dan met het zelf en de zelfinvulling tegen de achtergrond van de tijd als het zelf afhankelijk is van een zeker gevoel van continuïteit en voortgang van de tijd (cyclisch, lineair, apocalyptisch, of nog anders?) als dat cultuurbepaald is? Zijn er dan verschillende ervaringen van het zelf afhankelijk van de tijdservaring? Hebben verschillende culturen een ander zelfbeeld dat niet meteen in een tijdsdimensie te vangen is omdat de tijdsdimensie relatief is? Of zit de tijdsdimensie en de ervaring van tijd vastgebakken aan een bepaalde cultuur en historische periode zoals boven door Hermans geschilderd wordt in de premoderne, de moderne en de postmoderne tijd? Hermans heeft het strikte genomen over de westerse ontwikkeling. Dus zijn zelf is een westers zelf. Omdat tijd kan verschillen in de beleving verschillen ook de beelden met betrekking tot verleden en toekomst, en tot het heden, aldus Rosa. Herhaling van het zelfde als tijdservaring, de ervaring van een open toekomst, een nooit tot een einde komen, een steeds nieuw begin, de relatie tussen levenstempo en dit tijdsbeeld, de relatie tussen levensinvulling en tijdsbewustzijn, het doorbrengen van de tijd, het invullen van de tijd, de verkorten of verlangzamen van de tijd, het zijn allemaal aspecten die invloed hebben op het zelf en de zelfbeleving. In welke tijd leeft het zelf? In de persoonlijke tijd, de alledaagse tijd van het hier en nu? In de tijd van een land en een geschiedenis, in een groepsgekleurde tijd, de tijd van een organisatie? Welke tijdsdimensie is het meest gezond voor het zelf? Welke tijd doet het meeste recht aan het zelf en zijn verlangens? Hoe bepaalt het lichaam de tijdsbeleving van het zelf en bepaalt het lichaam het regime? In hoeverre vallen tijd en ruimtebeleving samen of wijken ze van elkaar af? Is tijd wel te ervaren zonder ruimte? Rosa onderzoekt de moderne variant van de ervaring van een steeds sneller gaande tijd en stoot daarbij op tal van problemen. Niet alleen van definitorische aard, maar ook meer fundamenteel en existentieël. Ook dit probleem laat ik hier rusten want het maakt het nog minder eenvoudiger om over het zelf te spreken. Bij Hermans wordt de beleving van de tijd niet geoperationaliseerd en bij Rosa wordt het zelf niet geoperationaliseerd. Ik breng ze in deze tekst even bij elkaar omdat ze licht werpen op het fenomeen zelf en het fenomeen tijd vanuit hun eigen vooronderstellingen.

 

Ik heb voor het gemak maar even aangenomen dat het zelf bestaat en dat de tijdservaring van het zelf gevolgen heeft voor het zelfverstaan. Maar wat vindt er dan nu plaats nu de tijd in de ervaring van velen in een soort van stroomversnelling beland schijnt te zijn en dat velen het gevoel hebben dat alles sneller gaat. De technische ontwikkelingen hebben niet alleen voor dit gevoel van versnelling gezorgd, zij hebben misschien ook wel ten dele een vervreemdend effect op de beleving van de tijd en van het zelf. Een voorbeeld komt uit de Japanse samenleving die steeds individualistischer aan het worden is, een ontwikkeling die haaks staat op de oorspronkelijke invulling van de samenleving. Er komen steeds meer Japanners die volledig afhankelijk worden van de moderne techniek: een waterkoker die de dochter van een bejaarde een sms stuurt omdat de waterkoker nog niet is gebruikt en dus de bejaarde geen thee heeft gezet. De ijskast die laat weten dat de bewoner nog niet gegeten heeft, de stofzuiger die ‘verongelijkt’ meedeelt deze week nog niet in actie te zijn gekomen. Het kan en het is mogelijk dat de machines laten weten aan de gebruikers hoe de stand van zaken is. Over niet al te lange tijd zullen onze woonhuizen voorzien zijn van technische snufjes en computergestuurde beeldschermen, ijskasten, toiletpotten, grasmaaiers, stofzuigers, robots die eieren bakken, of magnetrons die zelfstandig koken. Niet wij zijn dan de beheerders en bestuurders, de gebruikers en de aan-stuurders van het materiaal. Nee wij leven dan in de computer. De computer is onze biotoop geworden. Natuur ervaren wordt misschien onbetaalbaar omdat aan teveel voorwaarden moet worden voldoen en die tijd en het geld ervoor wordt steeds minder. Het beeldscherm en de geur-capsule, de auditieve suggesties en bijbehorende temperatuur nemen de plaats in van de ervaring van een boswandeling. Je hoeft er je deur niet meer voor uit. Hoe zal het zelf zich dan gaan ontwikkelen en wat blijft er over van de meerstemmigheid die boven even aan de orde kwam. Meerstemmigheid als vorm van aanpassing, als adaptie aan anderen en aan nieuwe situaties. Past het zelf zich zo aan dat het zelf gedeeltelijk een virtueel zelf wordt? Virtueel gekoppeld aan de computer en daardoor gevoed? Dan lijkt het stadium waarin het zelf nu verkeert hopeloos verouderd, zoals wij nu ten aanzien van een maatschappij van Neanderthalers. Als het zelf gekoppeld wordt aan de virtuele wereld kan dat betekenen dat het nog meer dan nu het geval is gesynchroniseerd wordt, het valt eigenlijk samen met andere zelven want die hebben dezelfde lichamelijke behoeftes. En als die lichamelijke dimensie kleiner en kleiner wordt, zullen de zelven helemaal opgaan in de computer en bestaat de mens zoals wij die nu kennen niet meer. Is het een kwestie van tijd voordat het zover is? Een gekoppeld zelf aan de computer, een zelf dat in de computer woont en er deel van uit gaat maken, dat biedt ongekende mogelijkheden voor controle en beheersing van al die zelven door de (virtuele) overheid. Wie gaat dan de baas spelen? Of zijn we dat stadium dan allang voorbij en bestaat er zoiets als een collectief geheugen en collectief wereldbrein dat zoveel rekenkracht bezit dat het telkens de situatie op basis van opgeslagen ervaringen, dus informatie, kan inschatten en aanpassen? De aarde als een grote wereldbol die in feite een soort ruimteschip is geworden waarop de mensheid, of wat er nog van over is, ronddrijft in het melkwegstelsel, aangestuurd door machines (wat dan een scheldwoord is geworden) met een collectievere (en dus hogere?) intelligentie?

Hebben we een stem in het kapittel? Is er nog een kapittel of zijn we dat stadium al lang voorbij? Democratie per computerknop is oncontroleerbaar geworden, de hoeveelheid en de snelheid van wisselende informatie is onbevatbaar geworden voor het menselijk brein zoals dat nu bestaat. Dus als we greep willen houden moeten we wel worden aangesloten maar als we worden aangesloten verliezen we ons laatste stukje zelf. Dat gevaar lijkt me levensgroot en ook het dilemma waarin wij ons nu bevinden als mensheid in relatie tot de nieuwe ontwikkelingen. Is dit een negatief scenario met een negatief mensbeeld, cq computerbeeld? Hoever is het zelf bereid te gaan in het opgeven van zijn autonomie die toch al onder vuur ligt en nauwelijks een echte autonomie is? En is het zelf niet een illusie van het zelf die het daarom makkelijk kan inruilen voor de illusie van almacht? Weliswaar verbonden aan de computer, maar toch? Geluk uit de muur? Geluk uit de virtuele mogelijkheden van het systeem? Geluk uit de brein-stimulatie die de computer ons toedient? We zullen zien, horen en vooral voelen.

 

John Hacking

19 juni 2011

 

 

 

Roofkapitalisme in opkomst

De voortekenen bedriegen niet: de kapitalisten gaan weer terug naar hun wortels: “de overtuiging dat de sterkste de meeste rechten heeft”. Darwinisme op economische schaal. Roofkapitalisme is weer in, zie de grondaankopen in Afrika, waar arme boeren worden verdreven omdat de grond gebruikt wordt voor voedselwinning voor de rijkere landen. Dat gold al heel wat tijd in Latijns Amerika waar de hamburger- industrie en maffia de lakens uitdeelt en grote delen bos en oerwoud het loodje leggen omdat wij zo graag hamburgers eten. Nu moet ook Afrika eraan geloven. Oorspronkelijke bewoners, culturen, tradities, daar hebben de rovers geen boodschap aan.

De oostkust van de VS, Los Angeles, is inmiddels in de ban van het harde kapitalisme uit China. ”Wie de toekomst van de Verenigde Staten wil zien, gaat naar Los Angeles. New York is een stad van arrivés geworden. De moderne pioniers wonen in LA. Ze kijken naar Azië, niet naar Europa. Schoolkinderen krijgen er een uur Chinese les per dag” zo stelt Tom-Jan Meeus, zaterdag 18 juni 2011 (pag. 26-29) in het NRC onder de titel” Uitkijk op een nieuwe wereld.” Meeus schrijft:

“De extreme verharding van het economisch klimaat in de regio sluit aan bij de nieuwe werkelijkheden die China creëert. Zo vertelt burgemeester R. Rex Parris van Lancaster over de tot nu toe mislukte pogingen van zijn stad een fabriek van BYD aan te trekken, fabrikant van de eerste Chinese elektrische auto. Parris vergezelde zijn locoburgemeester een paar keer op dienstreis naar China en hij keerde terug met een diepe overtuiging: „Alleen in China bestaat het echte kapitalisme nog.”

China streeft dus de VS voorbij maar is dat erg? Voor kapitalisten is dit een ramp dus zetten ze alle zeilen bij om mee te doen met als gevolg een versterking van de tweedeling in de maatschappij tussen “have’s and have’s not”. Dus ook het gevaar van toenemende sociale onrust die, zoals bij ons tijdens voetbalwedstrijden, explosief tot uiting kan komen. Redenen voor al dat geweld liggen heus niet in een verkeerd fluitje van de scheidsrechter. Hetzelfde zien we nu in Noord-Afrika en het Midden-Oosten: het volk grijpt naar de wapens, maar zonder financiële steun en een goed alternatief zal er niet zoveel veranderen. De roofridders zijn nog te sterk en ze beschikken over een leger.

Meeus vervolgt en citeert deze Amerikaan die reageert op deze opmars van China: “En dus zullen de VS zich volgens hem opnieuw moeten uitvinden. Amerika is onder invloed van Europa te veel verzorgingsstaat geworden. In New York vinden ze het vast nog steeds prachtig, smaalt hij, maar aan de Westkust is allang duidelijk dat het niet meer te handhaven is. Chinezen werken harder, langer en goedkoper. „Als wij iets leren van onze contacten met China”, zegt hij, „is het dat wij moeten ophouden sociale problemen via de overheid op te lossen.” De keuze is niet ingewikkeld. Als de regio rond LA het huidige welvaartspeil wil handhaven, moet het bedrijven als BYD aantrekken, legt hij uit. Maar Chinese fabrieken vestigen zich volgens hem nooit in de VS als ze zorgpremies en andere sociale verzekeringen moeten opbrengen. „Dus die luxe zullen we wel móeten opgeven.” Zo brengt LA de Aziatische werkelijkheden Amerika binnen en de effecten dringen in steeds meer sectoren door.” Einde citaat en einde humaniteit want hier is zorg voor de zwakkeren gedefinieerd als “luxe”. Zij die het geld hebben hebben makkelijk praten, roofridders verschuilen zich in hun kastelen en doen alsof de wereld hen niet aangaat.

Sociale onrust die hiervan het gevolg kan zijn kan daarom alleen worden bestreden met hardere repressie en meer controle. Daarnaar zijn we hard op weg. Alles komt vast te liggen, elke dissident krijgt een eigen profiel, elk kritisch commentaar zal je je leven achtervolgen in de instellingen van de machtigen en rijken. Ook de maffia zou een probleem kunnen krijgen met al die toegenomen macht van de overheid om de burgers te controleren. Maar de maffia is het roofkapitalisme in levende lijve. In Italië misschien nog met een zweem van ‘god-father’ uitstraling zoals dat door Hollywood is gepropageerd, of in Japan als clan-verband met mooie tatoeages, in werkelijkheid, zijn het koele en berekende moordenaars, meer niet. In Oost-Europa (mensensmokkelmaffia), Japan (kernenergiemaffia), Mexico (drugsmaffia) en Rusland (grondstoffenmaffia) zijn het net dezelfde bandieten als overal: snel rijk en machtig willen worden. En dat ten koste van iedereen en alles wat hen in de weg staat. Alles kan product zijn om winst te maken: afval, kernafval (de Middellandse zee komt er vol mee te liggen omdat de maffia talloze schepen liet zinken en laat zinken – maar wie kraait hierna, meneer Berlusconi?), mensen en mensensmokkel, een miljarden-handel, drugs, en nu ook voedsel.

Voor de maffia=roofkapitalisme is er slechts een weg naar de toekomst om hun kapitaal zeker te stellen: de weg voorruit, het overnemen van de overheid, zie Italië (waar de clown Berlusconi de aandacht afleidt), zie Rusland (idem met Poetin mbt grondstoffen en de druk op andere landen om prijzen te betalen), zie China (waar de communistische partij allerlei ideologie in stand houdt maar interne corruptie en milieuschandalen nauwelijks de baas is) etc etc. En Europa is het volgende bolwerk om de macht over te nemen. Voor de roofkapitalisten is er slechts een oplossing: verzorg de de armen met drugs, geef hen zoveel mogelijk ‘brood en spelen’ want dan zijn ze te beroerd om in opstand te komen. Mexico is het levende voorbeeld van een narcostaat waar drugs, bendes en geweld het leven van iedereen bepalen. Daar is niet werken bron van inkomsten maar corruptie, zeker bij de overheid. Want de wil en de kennis ontbreken om er daadwerkelijk iets aan te doen, zo lijkt het. Maar is dat werkelijk zo? Is het niet inherent aan het kapitalistische roven om een land en zijn bevolking zo naar de ondergang te laten gaan?

Zij die vanuit een naïef of is het expliciet geloof in de vrije markt er nog van overtuigd zijn dat de markt zichzelf zal reguleren en dat op een humane wijze hebben niet alleen een enorme plank voor hun kop, zij zijn blind voor de eigen historie, en vooral medeplichtig aan al dat moorden van de rovers. Vertrouwen op de overheid die de normen uitzet en handhaaft wordt ondermijnd door de machtigen zelf die de politici als hun lakeien behandelen en de politici laten zich zo behandelen. Is dit overdreven? Nee kijk maar naar de functies die ex-politici in gaan nemen in het bedrijfsleven na hun politieke carrière. Meneer Schröder in Duitsland, dat is wel een heel expliciet voorbeeld, door zijn lidmaatschap van de grondstoffen-gas-maffia in Rusland. Maar de Nederlandse bedrijven zijn geen haar beter en de roofridders waren ook hier op de beurs rond en halen eruit wat ze eruit willen halen. Het zijn net springbalsemienen in de tuin. Bij nat en warm weer groeien ze keihard, bij de eerste vorst leggen ze het loodje om in het voorjaar weer als een idioot uit de grond te schieten want hun zaad is overal verspreid.

In een ander artikel uit dezelfde krant op dezelfde dag wordt het einde van het kapitalisme aangekondigd: ” Volgens de Belgische antropoloog Paul Jorion bewijst de Europese schuldencrisis dat het kapitalisme op zijn laatste benen loopt. ‘Iedereen is de ander geld schuldig, iedereen is kwetsbaar. Daarom loopt het systeem vast.’” Ik citeer nog een stukje van de woorden van Jorion:

“‘In ons kapitalistische systeem zit een weeffout: alle rijkdom komt in handen van een relatief klein groepje mensen terecht. Dit groepje, dat steeds meer land, bedrijven en grondstoffen bezit, is erbij gebaat dat de anderen consumeren. In plaats van die anderen meer salaris te geven om die consumptie te betalen, lenen zij hen geld uit – tegen rente. Zo vergroten zij hun eigen rijkdom, terwijl de rest meer schulden opbouwt. Dit systeem explodeert nu.”” De beurscrisis van de afgelopen tijd toont dit aan. Maar er wordt niet van geleerd want we gaan op de oude voet verder. Dat ‘we’ dat zijn vooral ook de politici die op basis van eigen perceptie, partijbelang en kortzichtigheid zogenaamd luisteren naar de wensen van  hun achterban in plaats van met een visie te komen op deze nefaste ontwikkelingen. Nederland is belangrijker dan Europa, vindt meneer Wilders, maar Nederland is niets zonder Europa. Als exportland zijn wij volledig afhankelijk van de geldstromen en de goodwill van anderen om onze producten af te nemen. Een klein incident, een gerucht, naar aanleiding van een besmetting met resistente bacteriën met meer dan duizend zieken en een groot dodental,  verlamt de totale export van komkommers, paprika en tomaten. Naast de talloze doden die zijn besmet vallen er tallozen ten slachtoffer aan de ingestorte handel. Weg winst en weg vooral jarenlang ploeteren op je akkertje en in je kas. Nee, de roofridders hebben het beter bekeken. Ierland, Portugal en Griekenland krijgen de rekening van jarenlang roofridderschap en de burgers zijn de pineut, zij mogen de brokken verdelen van wat er nog is overgebleven. De rest is opgesoupeerd door banken, aandeelhouders en financiële adviseurs met maffiapraktijken.

Jorion deelt deze mening, ik citeer: “„Nee. Het hart van ons financiële systeem is intussen weggesmolten en de maatschappij betaalt hier een enorme prijs voor. De kern van dit systeem was de laatste tijd de derivatenhandel, het opknippen en doorverkopen van schuld zonder dat er hoegenaamd risico aan kleeft. Die handel voedde bubbles. Nu de zeepbellen uiteengespat zijn, functioneert deze derivatenhandel niet meer zoals vroeger. De handelaren hebben hiermee in korte tijd veel geld verdiend. Maar ze kunnen er niet mee doorgaan: de meeste Amerikanen en Europeanen hebben te veel schulden gemaakt. Die doen dus niet meer mee. Dus het systeem bestaat nog, maar daarbinnen gebeurt weinig meer. Als een schelp waar het visje uit verdwenen is. De business verplaatst zich daarom naar het Verre Oosten, China, India, waar veel geld wordt rond gepompt en het procedé zich pijlsnel herhaalt. Geldschieters lenen aan producenten, handelaren en consumenten. Zij verdienen hieraan: ze krijgen het geld met rente terug. De rest waant zich ook even rijk, door het overvloedige krediet waarmee ze alles kunnen kopen.” Ook daar zal de wal het schip keren, wordt de vervuiling van het milieu zo groot dat er wel ingegrepen moet worden om niet eeuwenlang zones van de dood te scheppen waar niemand meer toegang toe heeft zoals in de film van Tarkovski “Stalker”.

Jorion bespreekt de nieuwe rol van de handelaars. Ik noem hen voor het gemak maar roofridders en maffialeden omdat ze opereren op het grensgebied van goed en kwaad en omdat hebzucht hun grootste drijfveer is – rijkdom ten koste van alles: „Maar de handelaars maken echt sociale promotie: vroeger waren zij intermediairs tussen geldschieters en consumenten, nu verdienen ze krankzinnig veel met gokken op beurskoersen en dergelijke; zij belanden in het kamp van de geldschieters. Maar de meeste mensen blijven met schulden zitten. Iedereen is de ander geld schuldig; iedereen is kwetsbaar. Daarom draait het systeem zichzelf uiteindelijk vast.”

Jorion noemt deze wijze van handelen oorlogvoeren. Dat is ook wat China momenteel in Afrika doet: oorlog voeren met economische middelen, investeren in de toekomst van een groot China dat zo min mogelijk afhankelijk is van anderen qua grondstoffen etc. En het schept daarmee een enorme afzetmarkt voor producten en eigen mensen. In Tibet hebben ze kunnen oefenen in het klein, in Noord-Korea ontdekken ze hoever repressie kan gaan, in Vietnam hebben ze geoefend met de echte oorlog tegen wat toen leek een onoverwinnelijke (kapitalistische) vijand. China heeft geleerd van de geschiedenis en kiest de weg van de afwisseling tussen druk en massage, tussen repressie en het laten vieren van de teugels, als ze maar hun doel bereiken, ongeacht hoe. Idealistische opvattingen over het handhaven van mensenrechten en het politieagent spelen vanuit het Westen en vanuit Nederland slaan de plank volledig mis omdat ze geen rekening houden met de echte realiteit. Dat is er een van keiharde machtsstrijd en inzet van alle middelen. Roofridders kennen geen genade, weten niet wat het woord pardon betekent, ze zijn van elke vorm van humaniteit beroofd ook al sponsoren ze kunstenaars en andere instituties die de buitenkant van de macht een mooi pokerface geven.

Jorion zegt: “„Ja, dit is een soort oorlog. Financieel en sociaal. Vroeger bereikte je sociale en maatschappelijke omwentelingen met geweld. De ene klasse werd afgezet, de andere greep de macht en het bezit. De laatste decennia gebeurde in onze wereld exact hetzelfde. Maar geld heeft de plaats van geweld in onze maatschappij ingenomen. Vreemd genoeg gebeurde dit op de ruïnes van een maatschappij die werd verwoest door excessief geweld, na de Tweede Wereldoorlog. Weinigen zien de parallel, maar de strijd is natuurlijk dezelfde: je verovert de wereld, maar nu ‘pacifistisch’, met geld. De heersende klasse van nu is een andere dan die van dertig jaar geleden: de nieuwe aristocratie, dat zijn financiers die de wereld over jetten, met merken pronken, in gated communities wonen.”” Vutton-tassen in China, een grote expositie van de nieuwe hebbe-dingetjes in Chinese hoofdsteden, allemaal voor de nieuwe rijken. Hoe betrokken de ondernemingen zijn in deze oorlog blijkt uit het feit dat Vutton processen aanspant tegen kunstenaars die plaatjes van dezelfde tassen gebruiken in collages waar onrecht aan de kaak wordt gesteld. De ondernemingen hebben niet alleen lange tenen, ze willen het door henzelf aangerichte onrecht (lage lonen, kinderarbeid, milieuvervuiling etc.) niet zien en zeker niet in verband worden gebracht met het roofridderschap, maar ze zijn deel van de keten. Een keten die geld inzet als wapen, geld dat door de snelheid van het internet onzichtbaar wordt.

Jorion over dit proces: “‘Nu wordt geld gebruikt om bubbles te creëren. Zo verdien je er méér mee. Als de bubble er is, moet het geld naar een andere plek waar nog geen bubble is. Kijk naar de Amerikaanse huizenmarkt waarin iedere idioot een hypotheek kon krijgen en de risico’s werden uitgesmeerd: op zeker moment is de boel verzadigd. Er groeit nu een bubble op de Amerikaanse pensioenmarkt. Nu de onroerendgoedmarkt is geklapt, vormen beleggingen voor veel Amerikanen de enige oudedagsvoorziening. Met allerlei techniekjes worden nu beurskoersen gemanipuleerd, door bijvoorbeeld duizend transacties per seconde te doen. Maar, je merkt, de rek is eruit. De beurs is met eenderde gekrompen, nu de derivatenhandel niet goed meer loopt. Financiers worden paniekerig. Je ziet het aan grote beursgenoteerde bedrijven in Frankrijk, die weer winst beginnen te maken. 98 procent van die winst gaat regelrecht naar de aandeelhouders en een paar topbestuurders – veel meer dan vroeger. Het personeel krijgt vrijwel niets. Investeringen in het bedrijf zijn ook minimaal.”” (einde citaat)

De zaak is ernstig, illusies zijn uit den boze, roofkapitalisme lokt velen aan want de winsten zijn groot en de voordelen wegen niet op tegen de nadelen. Typisch denken op de korte termijn, iets waar het Nederlandse kabinet vandaag ook mee bezig is om een paar miljard te bezuinigen, die vervolgens in de opvolgers van de F16, de JSF’s worden gestopt, waar niemand van de bevolking op zit te wachten. Roofridderschap: smeer ze onbetaalbare en onzinnige wapens aan, zodat de ondernemers die eraan verdienen, beter gezegd de aandeelhouders in de militaire sector, (het industrieel militair complex – een eufemisme voor de militaire – wapenmaffia) er stinkend rijk van worden. Jorion snapt dat de aandeelhouders hun kans schoon zien om te profiteren van de huidige markt. Vanuit de politiek krijgen zij totaal geen tegenwicht. In mijn ogen zijn daarmee de politici of dom, of verdacht, of hypocriet en leugenachtig. Dus weg met die ‘kliek corrupte en niet-gekwalificeerde techo-en populistische ambtenaren die mooi weer spelen met belastinggeld’  om maar in de woorden van meneer Wilders, die er zelf deel vanuit maakt, te spreken. Politici als gekozen en verkozen ambtenaren om het volk te vertegenwoordigen zitten er als de schijn niet bedriegt, grotendeels voor zichzelf: hebben ze een leuke baan, krijgen ze veel aandacht en hebben ze ook, als het meezit een goed perspectief na hun politieke geploeter. Kijk maar even weg als het ernstig wordt, dan kunnen de aandeelhouders hun gang gaan. Een prachtig voorbeeld is de aanbesteding van de Noord-zuid Lijn, Amsterdam- Brussel op het spoor, ook al dit weekend uitgebreid in het nieuws.

“Waarom gebeurt dat?” vraagt de journalist an Jorion (is hij nou zo naïef, of denkt hij aan zijn lezers)

„Aandeelhouders en bestuurders grijpen wat ze grijpen kunnen. Binnenkort kan het niet meer. Ze vertrouwen het systeem niet meer.” zegt Jorion

“Werkt zelfregulering niet?” vraagt opnieuw de journalist, voor hen die nog een illusie hebben dat geloof in de vrije markt de beste zegening is voor de mensheid.

Jorion: “„Nee, want ethiek en bezit staan haaks op elkaar. Zij die veel hebben, zijn niet meer de baas over hun bezit. Hun bezit wordt de baas over hén, dicteert hun gedrag. Ze willen alsmaar meer en dat staat ethisch gedrag in de weg. Daarom is het kapitalisme, althans dit kapitalisme, gedoemd te mislukken. Economen hebben dit niet ingecalculeerd toen ze het systeem uitdachten.” De jJournalist die misschien nog gelooft in het rechtssysteem en de politieke instrumenten vraagt: “Weten politici hoe erg het is?”

Jorion: Op schampere toon: „O ja.”

Journalist: “Hoe weet u dat?”

Jorion: „Omdat ze me dat vertellen. Ze bellen me.”

Journalist: “Wie?”

Jorion: „Ik ben in het Elysée geweest. Bij adviseurs van de president. Ook met bankiers heb ik vaak contact. Laatst moest ik een lezing houden voor hen. Ik dacht: ze gaan me levend opeten. Maar nee: applaus. Na afloop komt de eerste naar me toe en zegt: ‘Meneer, niet tegen de anderen zeggen, maar ik ben het helemaal met u eens’. De volgende zegt hetzelfde. En dat zes, zeven keer. Deze mensen weten exact hoe het zit. De banken spelen een sleutelrol in de crisis. Bankiers weten precies hoeveel rotzooi er in welke banken zit.”

De journalist komt met een slotopmerking – een soort slotsom, maar geen antwoord op dit roofridderschap en hoe het is aan te pakken. “Wat leert de crisis u?”

Jorion: „Dat niet alles rationeel te verklaren is of in modellen te vangen. Dat de mens dat toch altijd probeert en dus steeds op zijn neus gaat. Toen ik na mijn studie onderzoek deed in een Franse vissersgemeenschap, bleken prijsontwikkelingen niet te verklaren als je domweg naar vraag en aanbod keek. Ik zei: ‘Er is iets anders.’ Ha ha, riep iedereen, ‘Jorion begrijpt zelfs de wet van vraag en aanbod niet.’ Later ontdekte ik het echte systeem dat de prijzen bepaalde: sociale status. De rechter die iets verkoopt, kan meer vragen voor hetzelfde product dan de schoenmaker, en de schoenmaker meer dan de metselaar. Niks bijzonders. Iedereen weet dat instinctief, behalve economen. Maar economen hebben wel de hele catechismus van het kapitalisme geschreven. Daarom loopt alles nu spaak.””

Daar moeten we het maar mee doen, de economen die niets van de werkelijke maatschappij snappen, lullen maar raak, bepalen mede de politieke agenda en houden de illusies van een vrije markt in stand samen met de politici die blind zijn voor de gevolgen. De economen die het wel snappen zijn inmiddels steenrijk want zij doen van harte mee en profiteren van alle zeepbellen en alle illusies van hun collega’s en zij werpen de politici af en toe een worst toe in de vorm van een leuk commissariaat met lucratieve bijverdiensten voor een paar uurtjes praten vergezeld van goede wijn en een excellent hapje in een driesterren restaurant dat naderhand ook nog gedeclareerd kan worden. De roofridders hebben voorlopig vrij spel, hun kastelen zijn alsnog onneembaar? Of is dat nog niet uitgeprobeerd? Hoog tijd dus voor een belegering en een afsluiten van de toevoerlijnen.

John Hacking

Radical and absolute Humanism

It is a time for “Radical and absolute Humanism” because it is the only way to make a fist against violence, oppression and violation of human rights and human lives. A radical Humanism starts with the body: to fight against indifference about the fate and condition of human lives in countries where they were oppressed  (Kongo: sexual assault as a kind of terror on women and communities they live in) -to fight against  torture: as an instrument to humiliate and destroy human bodies, (still happening in so many countries) – to fight for a language to name all these kind of killings in the name of some kind of ideology or just greed (See Egypt, Zimbabwe, Ivory cost, Sudan, former Birma and many other countries in Asia and Africa).

Only a radical and absolute Humanism which isn’t afraid to call unjust behaviour by its name is the answer on human attempts to make war against those who have no power. In world War 2 we saw the effects of indifference against the bureaucratic killings of the nazi’s over all Europe. In our days we see the same in countries who have profits from oil companies, distribution of weapons or other economical dependence. Money comes first – moral afterwards – first filling their own pockets – prices will be paid later. It is not only a mentality, it are also the deeds themselves of this managers and employees to bring people to slavery. If half of the world-populatiojn has to life with  two (or less) dollars a day – than you cannot speak of a human society!

There is no lack of money: see the expenditure for new weapons and warplanes, tanks and boats; there is only a lack of willing to invest the money in people and not in weapons and death. The financial crises didn’t change the minds: greed is still everywhere. And poverty leads to violence and violence leads to civil war en civil war leads to international oppression of fundamental needs of people: education and welfare, to live in a country where you can speak free, where women, homosexuals are nog oppressed, not by religion and not by politics. Freedom of press, freedom of religion (also to change your choice – impossible in the Islam) and freedom of thinking and to speak about what is on your mind without having to be afraid that the secret police is also listening and that you can be arrested and to get tortured.

Western politicians talk but don’t act: see Russia, see Belarus =White Russia, see all the other states where human rights are a fiction and where tyrants rule over their people. The people of Tunisia and Egypt have us shown that their may be a change if they have the courage, the endurance and the power to fight corruption, poverty and greed. I will take a long way but they have somewhere to start. Maybe they have start these months. Like Janis Joplin sings: “Freedom’s just another word for nothing left to loose” – there is a world to win: a world of Humanity

John Hacking

Autonomously atheism?

 

Autonomously atheism?

 

Can there be humanism only based on human autonomy? A moral and philosophical point of view without heteronomy? Autonomy means one who gives himself his one law. ´ “In moral and political philosophy, autonomy is often used as the basis for determining moral responsibility for one’s actions.”[1] Heteronomy means the law given to us from outside “A term applied by (the German philosopher Immanuel) Kant to those laws which are imposed on us from without, or the violence done to us by our passions, wants, or desires.”[2]  About.com defines: “The concept of autonomy is important in the philosophy of actions, especially moral actions. When an agent (one who acts) acts autonomously, it is because they act based upon internal drives, desires and values. On the other hand, when one acts heteronomously, he or she acts based upon external forces and obligations. The word itself is derived from the Greek terms for “self” (auto) and law”(nomos).[3] Britannica encyclopedia online describes the theologian and philosopher Paul Tillich who spent many pages on the theme autonomy and heteronomy. “It appears as a major theme in his theological work: the relation of heteronomy to autonomy and their possible synthesis in theonomy. Heteronomy (alien rule) is the cultural and spiritual condition when traditional norms and values become rigid, external demands threatening to destroy individual freedom. Autonomy (self-rule) is the inevitable and justified revolt against such oppression, which nevertheless entails the temptation to reject all norms and values. Theonomy (divine rule) envisions a situation in which norms and values express the convictions and commitments of free individuals in a free society. These three conditions Tillich saw as the basic dynamisms of both personal and social life.[4]

Tillich describes a third point of view: theonomy. So also God can get a place in this position. Atheists will not accept this possibility. For them God is not necessary to explicate a moral position and act following this. But are they completely autonomous? Is there freedom also autonomous? I don’t think so. Every other individual is also autonomous in this view, so we have to handle it to live together and share the same room on this earth. Freedom means to talk with each other, to use common sense, to be pragmatic to arrange life together. If everyone is autonomous we have to deal with each other – this means that my freedom is not absolute. But there is a more specific fact that tells us that autonomy is relative. We have a body, we can become sick, and we die. Our autonomy is threaten by this heteronomy of sickness and death. Heteronomy settles in our own body. I’m not the master of my life. And this is an interesting point of view. Heteronomy is entering our life every minute. Not only  through the existence of other autonomous individuals, but especially because we have a body. “Every dictator will die” – that thought gives me very much comfort.

Now back to atheism: what is atheism? It is the denial of the existence of God or the transcendental reality of a god in this universe. I image they can say: “We don’t need as human beings a god to live our lives, we don’t need a god to live like human beings in a humanistic way – so that we don’t behave as monsters…”” Alright. It is possible. God can be a human “construct”. But why do we construct this “constructs”? What is the benefit of it? And we do this as long as mankind lives? Is it a desire, a longing in confrontation with death? Do we bodily need it? All our stories, biblical and others, tell a human story. God got human qualities. Moses Maimonides, a Jewish philosopher in the middle ages (1135-1204)described this already. He speaks of homonyms which we use as human beings to describe God and his actions. We have no other language so we have to do with it, but this doesn’t mean that we now know who and what God is. This is also the meaning of the command not to make a picture or statue of God, or to describe him in a human way. God retreats behind his given law. Nobody can see him, nobody get in close contact with him, also in biblical stories. All his actions and words in the mouth of the prophets are mediated by human language. Hear with your ears, that’s the first command, not seeing with your eyes. Believe goes through the ears. There is nothing to prove before our eyes! If you ask for God, I will tell you a story. Nothing less, nothing more. See (hear), what will happen.

Do we need a god, a god who gives us his law, do we need this heteronomy because we fail in our autonomy to be the inventors of a significant life? Maybe yes, maybe no. Do we fail? And if we fail, is God than not a kind of, in German they called it: “Luckenbusser”, someone who filled the gaps? We can see it different: God as part of a transcendental reality cannot be proven in an empirical way. Also there are no philosophical arguments that prove his existence. The word “existence” is wrong, because it refers to human beings and there self understanding. HaH

Has God existence, does God exist? Not in a human way, that’s for sure. But how in another way? We don’t know. For all the God-seekers I would say, stop seeking. Let yourself find. Empty yourself – make yourself free from the ambition to have contact with God. Do it the other way: put nothing between yourself and God – no expectations, no proves, no arguments. Maybe God will enter into your life as a kind of heteronomy, as the sound of a story from abroad, as a tale, as a song, as some kind of trust, as faith, as a poem. What I like at the biblical stories is the fact that the law, the Torah, is given by God and that his will is that we fulfill this law – nothing less, nothing more. We have to become holy like He is, that means, that we have to invest in our lives, in our relations with each other, as human beings, that we have put time apart, (that is the meaning of holy: putting apart), time we can use to make a better world of this world, time to study this law because it is not simple. To all the atheist I would like to say: do it in your way, I do it in my way – there is no opposite position – we are creatures living in one world (with or without a God) – we are all dying some time – so make the best of it.

John Hacking

Saturday, December 05, 2009